maandag, 27 maart 2017

Samenwerkingsdocument Definitiefase Zuilense Vecht

Naar een toekomstvisie voor de sportparken Daalseweide, Zuilen en Elinkwijk

1. Aanleiding

Op sportpark Daalseweide in Maarssen is sprake van verouderde en monofunctionele sportvoorzieningen. De betrokken sportverenigingen (DWSM, VV Maarssen, OVVO, Luck Raeck) hebben een initiatief ingediend voor vervanging van natuurgras door kunstgras. Hiermee kan met minder velden worden volstaan en hoeven minder wedstrijden te worden afgelast. De toekomstige behoefte blijft dan inpasbaar.
De gemeente Utrecht heeft te maken met een structurele overcapaciteit aan natuurgrasvelden op de sportparken Zuilen en Elinkwijk. De gemeente streeft naar het compacter en multifunctioneler maken van deze sportparken, onder meer door de aanleg van kunstgras en de inpassing van nieuwe aansprekende sporten en recreatieve routes.
Vrijkomende gronden in beide gemeenten kunnen vervolgens dienen als één van de kostendragers voor deze verbetering, wanneer hier nieuwe stedelijke functies (zoals wonen) worden gerealiseerd.
De provincie heeft in de recent herijkte Provinciale Verordening (PRV) ruimte gegeven voor deze verstedelijking buiten de rode contour met als voorwaarde dat de gemeenten Stichtse Vecht en Utrecht samenwerken aan een gezamenlijke integrale visie voor dit gebied.

Dit samenwerkingsdocument beschrijft de initiatieffase en de definitiefase van het project sportpark Zuilense Vecht. Dit is de werknaam voor het toekomstige gezamenlijke sportpark Daalseweide, Zuilen en Elinkwijk.

2. Ambitie

De ambitie is een gezamenlijk duurzaam, toekomstbestendig sportpark Zuilense Vecht met sterke en vitale (sport)verenigingen op basis van een integrale ruimtelijke visie. Een sportpark dat (beheertechnisch) efficiënt(er) gebruik maakt van (sport)voorzieningen, een vernieuwend sportaanbod kent en een (veel) grotere bijdrage gaat leveren aan de behoefte van (on)georganiseerde sporten & bewegen voor de inwoners van Maarssen en Utrecht. Hiermee wordt de sociale verbinding met de buurt verbeterd en beweging gestimuleerd. Er wordt verbinding gelegd met de omringende woon- en groengebieden, waarbij de groene beleving en structuur tussen Utrecht en Maarssen behouden blijft.

3. Duurzaamheid/gezonde stedelijke ontwikkeling

Duurzaamheid is voor zowel voor de gemeente Utrecht als de gemeente Stichtse Vecht een belangrijke ambitie. De gemeenten willen samen met inwoners, bedrijven en organisaties duurzame ontwikkeling stimuleren. Het goede voorbeeld geven, hoort daar natuurlijk ook bij. Daarom wordt bij de herontwikkeling van het sportpark, de openbare ruimte en mogelijke realisatie woningen sterk ingezet op de ambitie duurzaamheid. Dit geldt ook voor de inrichting en gebruik van de openbare ruimte.

4. Plangebied

Het plangebied (zie figuur 1) omvat de sportparken Daalseweide in de gemeente Stichtse Vecht en sportparken Zuilen en Elinkwijk in de gemeente Utrecht. Het plangebied wordt afgebakend door de Amsterdamse Straatweg, Sportparkweg, Burg. Norbruislaan en Theo Thijssenplein. In bijlage 1 is een kaart opgenomen met globaal overzicht van het huidige gebruik.

plangebied-sportparken-Daalseweide-Zuilen-en-Elinkwijk
Figuur 1: plangebied sportparken Daalseweide, Zuilen en Elinkwijk

5. Doelstellingen

Hieronder worden de doelstellingen van het project beschreven, inclusief de belangrijkste onderzoeksvragen voor de volgende fase (definitiefase). In deze fase worden de resultaten van de onderzoeken benut voor het opstellen van een aantal alternatieven. Het voorkeursalternatief vormt straks de toekomstvisie voor het gebied.

Doelstelling 1: Het realiseren van een toekomstbestendig sportpark op basis van een gezamenlijke integrale ruimtelijke visie voor het compacter en multifunctioneler maken van de sportparken en bijbehorende voorzieningen. Het gebied moet een (veel) grotere bijdrage gaat leveren aan de behoefte van (on)georganiseerde sporten & bewegen voor de inwoners van Maarssen en Utrecht en ruimte bieden voor nieuwe vormen van sport en (andere) recreatieve mogelijkheden.

De behoefte aan moderne en ‘voldoende’ sportvoorzieningen is het vertrekpunt van dit project. Daarom is door het bureau Mullier in 2016 onderzoek gedaan naar de sportbehoefte van nu en de toekomst en het verzorgingsgebied (waar komen de leden vandaan).

Huidige situatie
De sportverenigingen op sportpark Daalseweide hebben nu voldoende ruimte. Voor voetbal (DWSM, VV Maarssen) en korfbal (OVVO) past het huidige aanbod precies bij de benodigde sportruimte, terwijl bij tennis (Luck Raeck) sprake is van een overcapaciteit. Voor de toekomstige behoefte zijn geen grote veranderingen voorzien. Het aantal voetbalteams (normteams) zal op basis van de bevolkingsprognose ook iets afnemen, maar dit leidt niet tot een lagere behoefte aan wedstrijd- en trainingsvelden.

De voetbalverenigingen op sportpark Zuilen zijn drie kleine verenigingen (HMS, Eminent Boys, Kismet) met op dit moment meer dan voldoende ruimte (zeker wanneer het om kunstgras zou gaan). De drie verenigingen samen zouden volgens de normen aan twee velden voldoende hebben, terwijl er vier velden beschikbaar zijn. Eén van de verenigingen (HMS) heeft groeiambities en beschikt naast voetbal ook over een cricket- en (beach)handbalafdeling (HMS). Verder zijn er op het sportpark een groeiende beachvolley-vereniging, een hondensportvereniging (URV), een Five-voetbalorganisatie (Engelse partij die in Nederland nieuw voetbalconcept lanceert) en een tennisvereniging (ZTC) actief. Het sportpark beschikt sinds een aantal jaar over een nieuwe sporthal die wordt gebruikt door diverse zaalsportverenigingen, scholen, een BSO en de Utrechtse Kegelbond (met een 6-baans-kegelbaan).

Op sportpark Elinkwijk is alleen voetbalvereniging Elinkwijk actief. Deze vereniging zit momenteel ruim in de wedstrijdcapaciteit. Op lange termijn kan de vereniging uit met minder dan de vier huidige wedstrijdvelden, indien er meer kunstgras bij komt. Ook heeft de vereniging relatief veel (over het sportpark verspreide) opstallen in verhouding tot de grootte van de club. De vereniging heeft de ambitie om haar buurt- en wijkfunctie de komende jaren aanzienlijk te versterken en haar organisatiekracht te verbeteren. De voorgenomen herontwikkeling sluit goed om deze ambities aan.


Onderzoeksvragen doelstelling 1:

  • Bepaal in overleg met de sportverenigingen en de Vereniging Sport Utrecht (VSU) de mogelijkheden van het compacter maken van de sportparken (incl. sporthal) door:
    • Bepalen maximaal te realiseren sportvelden op basis van realisatie van kunstgrasvelden waar nodig voor de huidige sportverenigingen;
    • Onderzoek kwaliteit huidige opstallen ter onderbouwing afweging wel/niet behoud;
    • Bepalen vereist ruimtelijk programma qua kantine-, vergader-, kleed- en aanverwante ruimten;
    • Onderzoek mogelijkheden meervoudig ruimtegebruik van sportvoorzieningen.
  • Stel Programma van Bewegen op voor de ongeorganiseerde sportbeoefening.

Doelstelling 2: Het stimuleren van sterke en vitale sportverenigingen door meer samenwerking.

De sportverenigingen werken nu (beperkt) samen binnen hun eigen sportpark en gemeente. Door nog meer samen te werken worden kansen gezien in het sterker en vitaler maken van de huidige sportverenigingen. Dit kan door te onderzoeken of meer samenwerking beheertechnisch tot voordelen kan leiden en in welke vorm hierbij passend is (bv een breder samenwerkingsverband). De komende periode wordt daarom gebruikt om nadere kennismaking en ontmoeting te organiseren. Aan de sportverenigingen zal ook worden gevraagd te komen tot een projectnaam die de ontwikkeling van een toekomstig bestendig sportpark dekt.

Onderzoeksvragen doelstelling 2

  • De verenigingen om hun eigen toekomstvisie vragen;
  • Verkennen van de (on)mogelijkheden om te komen tot ‘een vitale sportvereniging’;
  • Samen met de sportverenigingen de meerwaarde verkennen van het versterken of uitbreiden van de (beheertechnische) samenwerking;
  • Verkennen welke organisatievorm (eigendom, beheer en exploitatie) hierbij passend is;
  • Bepaal samen met de sportverenigingen een naam voor het project.

Doelstelling 3: Het versterken van de groene, recreatieve structuur, die in verbinding staat met de omringende stedelijke en landelijke gebieden zoals het landschapspark Oud-Zuilen, de Vecht, het verderop gelegen Noorderpark en recreatiegebied Maarsseveense Plassen en de omringende woongebieden.

De gemeente Utrecht wil een stad zijn met gezonde en veerkrachtige inwoners. Daarom is “Bouwen aan een gezonde toekomst” een van de speerpunten uit het coalitieakkoord “Utrecht maken we samen”. Dit is te behalen door gezondheid centraal te stellen bij ruimtelijke plannen. Dit project draagt bij aan deze gezondheidsdoelstelling (Healthy Urban Living) door het versterken van de groene recreatieve kwaliteit en het maken van een fysieke en sociale verbinding met de omliggende woon- en groengebieden.
Deze doelstelling sluit naadloos aan op de Toekomstvisie “Focus op Morgen” van de gemeente Stichtse Vecht, waarbij aandacht voor groen, recreatie en spelen belangrijke uitgangspunten zijn om te komen tot een robuuste groene structuur in de stedelijke omgeving door een verbinding te vormen met het landelijke gebied. Dit is nader uitgewerkt in de beleidsnota’s Sportbeleid (2015), Buiten Spelen Natuurlijk! (2014).

Onderzoeksvragen doelstelling 3

  • Bepaal hoe het openbare karakter van de sportparken richting de omliggende wijken kan toenemen door het versterken van de groene, recreatieve structuur.
  • Verken het beschikbaar stellen van ontmoetingsruimten in de sportvoorzieningen en/of (speel)voorzieningen voor de aanliggende woonwijken ter versterking van de sociale verbinding.

Doelstelling 4: Het realiseren van een financieel haalbare ontwikkeling, met als uitgangspunt dat het minimaal kostendekkend is.

Het realiseren van (duurzame) woningbouw wordt onderzocht als financiële drager van de herontwikkeling van het sportcomplex. Tevens kan het toevoegen van woonbebouwing een manier zijn om de aansluiting tussen het sportgebied en de omringende woonwijken beter vorm te geven. Om te komen tot een duurzame invulling van het terrein wordt gebruik gemaakt van een GPR gebiedsanalyse en wordt ingezet op een (zeer) duurzame gebieds-/ woningbouwontwikkeling.
Zowel in de woonvisie van de gemeente Utrecht als van de gemeente Stichtse Vecht is de ambitie van het realiseren van 30% woningen voor de sociale sector opgenomen. Bezien zal worden wat er op deze locatie wenselijk en (financieel) mogelijk is.

Gezien de nabijheid van verschillende relevante geluidsbronnen, is dit aspect van invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden voor gevoelige bestemmingen zoals wonen. Naast het aspect geluid dient - gezien de korte afstand tot het industrieterrein Lage Weide – in brede zin naar de milieu-invloed van deze bedrijven nader worden gekeken. Om te verkennen of woningbouw in het plangebied mogelijk is, zijn diverse milieuonderzoeken en/of beoordelingen nodig.

Onderzoeksvragen doelstelling 4:

  • Woningbouw:
    • Bepaal de gezamenlijk de gewenste woningbouwontwikkeling m.b.t. o.a. woningdifferentiatie en plancapaciteit;
    • Verken hoe de relatie tussen sportvelden en omringende woongebied verbeterd kan worden;
    • Bepaal de gezamenlijke duurzaamheidsambities, zoals de GPR voor gebouwen, uitsluiten van gasaansluitingen, hergebruik van materialen, inspelen op de circulaire economie, realisatie van NOM-woningen of energieleverende woningen;
    • Bepaal de wettelijke vereisten voor milieu, zoals milieuhinderzones omliggende bedrijven en sportverenigingen (incl. lichthinder), cumulatieve geurzone van omliggende bedrijven, geschiktheid bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit, ecologische waarden, geluidsbelasting van de wegen, spoorwegen en waterwegen rondom het plangebied en de mogelijkheid tot ontheffingen en de Wet geluidhinder-zonering rondom Lage Weide en de mogelijkheid tot ontheffingen in lijn met de gemeentelijke geluidsnota’s.
  • Grondposities en -exploitatie:
    • Bepaal de huidige grondposities, de kosten voor herontwikkeling van de sportterreinen en mogelijke opbrengsten van gronduitgifte voor woningbouw.
    • Bepaal de mogelijkheden om te komen tot een minimaal kostendekkende ontwikkeling en de voor- en nadelen van een gezamenlijke grondexploitatie van beide gemeenten.

6. Projectorganisatie en participatie

De gemeenten Stichtse Vecht en Utrecht geven gezamenlijk (ambtelijk en bestuurlijk) opdracht aan het project. Een projectgroep en een stuurgroep zijn opgericht, met daarin in ieder geval beide gemeenten. De gemeenten nemen gezamenlijk de projectleiding op zich.

Daarnaast is er sprake van een brede groep van betrokken partijen, die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van het project. Het is wenselijk de belangen van deze betrokken partijen gedetailleerd in kaart te brengen. Er is (behalve bij de sportverenigingen) nog niet bekend hoe al deze partijen tegen het project aankijken.

De belangrijkste betrokken partijen in en om het gebied zijn:

  • Sportclubs: de sportclubs op de sportterreinen Daalse Weide, Zuilen en Elinkwijk, de Vereniging Sport Utrecht en Harten voor Sport;
  • Bewoners (in de wijken OpBuuren, (Oud-)Zuilen) en langs de Amsterdamsestraatweg: de omringende woningen zijn divers van aard. Er is sprake van zowel koop alsmede huur woningen, in de sociale, modale en bovenmodale sector
  • Bedrijven in de omgeving.

Draagvlak is belangrijk bij deze ontwikkeling. De initiatieffase zal voor alle betrokken partijen voornamelijk informerend van aard zijn en worden de belangrijkste partijen geraadpleegd over hoe ze betrokken willen zijn in het project.

De Utrechtse participatiestandaard wordt in dit project gehanteerd. Per fase van het project zal steeds opnieuw bekeken worden hoe de betrokken partijen specifiek geraadpleegd of betrokken wil worden. Een communicatiekalender en kernboodschap zal worden opgesteld en periodiek worden aangepast.

In de verdere procesontwikkeling zullen reguliere communicatiemiddelen ingezet worden (nieuwsbrief, website, interpersoonlijk, media). In de uitvoeringsfase wordt een speciale nieuwsbrief/website voor dit project geïnitieerd. Wijk/gebiedsregisseurs krijgen een prominente rol in de contacten met de betrokken partijen in de omgeving van het plangebied en zijn op die manier ook de oren en ogen in de wijk voor de projectorganisatie.

7. Planning

Het project hanteert het Utrechts Planproces (zie bijlage 2) als leidraad voor de te nemen processtappen. Dit is daarin een gebiedsontwikkeling waarbij na vaststelling van een startdocument eerst een gebiedsvisie wordt opgesteld om het ambitieniveau en de ontwikkelrichting te formuleren, die wordt vastgesteld door de Raad.

Met de vaststelling van de samenwerkingsovereenkomst en het Samenwerkingsdocument is de initiatieffase formeel van start gegaan.

De voorlopige planning is als volgt:

  • 7 maart: Besluitvorming colleges B&W gemeenten Stichtse Vecht en Utrecht en vervolgens (in maart) ondertekening wethouders op locatie.
  • Begin april: Gecombineerde bijeenkomst Raadscommissies Utrecht en Stichtse Vecht en stakeholders op locatie (datum wordt nog vastgesteld).
  • April en juni: Twee Ontwerpateliers met stakeholders om te komen tot de visie.
  • September: Brede informatieavond over voorkeursvariant visie.
  • Oktober : Bespreking voorkeursvisie ALV sportverenigingen.
  • Begin 2018 Besluitvorming Gebiedsvisie in B&W’s en Raden.

Afhankelijk van de inhoud van de Gebiedsvisie zal worden bepaald wat het vervolg zal zijn van het project en in welke vorm de twee gemeenten de samenwerking voorzetten. Dit wordt vastgelegd in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst. Deze zal ook begin 2018 bestuurlijk worden vastgesteld.

8. Financiën – Plankosten

Afspraken over de plankosten en onderlinge verrekening zijn geregeld in de Samenwerkingsovereenkomst.